Keramiek in Gennep en omstreken: Een rijke traditie

Het museum heeft in haar collectie ook keramiek uit de prehistorie, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de Franken-/Merovingische tijd, voornamelijk urnen. Museum Het Petershuis bezit keramiek uit de prehistorie tot het heden. Uit alle perioden waarin volkeren hier hebben gewoond, hebben zij keramische sporen achtergelaten. Jagers, boeren, Romeinen, Franken, Merovingen, de middeleeuwse bewoners en latere keramisten uit de moderne tijd droegen allemaal bij aan deze traditie. Het gebied rondom Gennep leende zich uitstekend voor deze industrie. Klei, water en hout waren hier in overvloed aanwezig. In eerste instantie werd keramiek kleinschalig vervaardigd, voornamelijk voor eigen gebruik en de ruilhandel.

De opkomst van de keramische industrie

Vanaf de 16e eeuw groeide de productie en ontstonden er talrijke familiebedrijfjes. De regio Gennep kent sindsdien een lange traditie van keramiek en pottenbakkerijen. Oude straat- en veldnamen, zoals de Pottenhoek en de Panovense Heide, herinneren nog steeds aan dit ambacht. De eerste vermelding van een pottenbakker in de Gennepse archieven dateert uit 1594, met de naam Wolter den Potten Backer.

Het aardewerk dat hier werd geproduceerd, behoort tot de Nederrijnse keramiektraditie. De Nederrijnse pottenbakkers woonden en werkten langs de rivier de Niers, van de bron bij Erkelenz (D, 25km Z.O. van Roermond) tot aan Gennep, waar de Niers in de Maas uitmondt.

Gedurende vier eeuwen hebben pottenbakkers onafgebroken in Gennep gewoond en gewerkt. Naast gebruiksgoed voor de gewone burger maakten zij ook pronkschotels. Enkele fraaie exemplaren zijn nog steeds in ons museum te bewonderen, waaronder een schotel uit 1724 met een Heilig Hart-motief en het Christus-monogram IHS.

Van serviesgoed naar bloempotten

In de 19e en 20e eeuw groeide de regio uit tot een belangrijke producent van keramiek. In 1798 vestigde de Duitse pottenbakker Willem Liebrand zich in Gennep. Zijn familie zette het ambacht voort in Ottersum, waar zij tot het begin van de 20e eeuw serviesgoed produceerden. Door de opkomst van de industriële aardewerkproductie konden kleine pottenbakkers niet langer concurreren. Rond 1910 waren de Liebrands de laatsten die nog actief waren.

De vraag naar kamerplanten en keramische bloempotten bood echter nieuwe kansen. De familie Liebrand schakelde over op de productie van bloempotten en legde daarmee de basis voor een nieuwe industrie. Velen in de streek leerden het vak bij hen en begonnen hun eigen bloempottenfabrieken. Uiteindelijk stonden er acht fabrieken in Milsbeek en één in Gennep. In de jaren vijftig kwam bijna alle keramische bloempotten voor Nederlandse bloemenkwekers uit deze regio. Er ontstond zelfs een bloempottenkartel.

In Milsbeek, in de oude bloempottenfabriek van de Gebroeders Van den Hoogen, is tegenwoordig een museum gewijd aan deze industrie. Hier staat de enige houtgestookte pottenbakkersoven van West-Europa, een bezoek meer dan waard.

De grootste pottenbakkerij in de streek rond 1950 was De Olde Kruyk, gelegen aan de Oudebaan. Dit bedrijf had meer dan 70 werknemers en exporteerde het handgedecoreerde ‘Milsbeeks Bont’ naar heel West-Europa, de Verenigde Staten en Australië. Veel werknemers van De Olde Kruyk begonnen later hun eigen pottenbakkerij. In 1980 richtten zes van hen het Noord-Limburgs Pottenbakkerscollectief op, dat tot op de dag van vandaag voortleeft. Dit collectief organiseert jaarlijks het keramiekfestival ‘Keramisto’.

Keramiek als bouwmateriaal

Niet alleen serviesgoed en bloempotten werden in deze regio vervaardigd, ook de productie van bouwmaterialen kende een rijke geschiedenis. De oudste keramische fabriek in de streek werd rond 1830 door Christiaan Ooms opgericht op ‘De Kop’ bij de Maas, op de grens tussen Milsbeek en Middelaar. Hier werden dakpannen geproduceerd. In 1915 werd het bedrijf verkocht en omgevormd tot een boerderij. Bijzonder is dat de gemeentegrens tussen Gennep en Mook-Middelaar dwars door het bedrijfspand liep.

Daarnaast werden veldovens ingezet voor de productie van bakstenen en dakpannen, onder andere voor de bouw van de Maasbrug. De klei die vrijkwam bij het uitgraven van de pijlers werd gebruikt om bakstenen te maken voor stationsgebouwen en personeelswoningen.

De grootschalige baksteenproductie begon rond 1900 bij de Maas in Milsbeek. Aannemer Coolen gebruikte klei uit een bochtverlegging van de Maas en bakte daar bakstenen mee in een veldoven. In 1931 nam Jan Huisman het bedrijf over en bouwde een ringoven en droogschoppen. Gedurende de 20e eeuw werd het bedrijf gemoderniseerd en groeide de productie van de bekende “Milsbeek Stenen” tot ongeveer 15 miljoen stuks per jaar. De klei werd gewonnen in de uiterwaarden langs de Maas, voornamelijk bij Milsbeek en Middelaar. Voor het transport werd een smalspoor aangelegd.

In 1991 werd het bedrijf overgenomen, maar dit bleek geen succes. Na twee verdere wisselingen van eigenaar werd de productie in 2008 definitief stopgezet. De laatste “Milsbeek Steen” rolde toen uit de ovens, waarmee een belangrijke periode in de keramische geschiedenis van de regio ten einde kwam.

De hedendaagse collectie

De vaste collectie van het museum bevindt zich in de kelder en omvat een internationale verzameling die 30 jaar geleden in één jaar is aangekocht op Keramisto. De collectie werd destijds door de gemeente Gennep aangekocht op aanbeveling van het Noord-Limburgs Pottenbakkerscollectief. In de afgelopen jaren zijn er bovendien stukken geschonken door particulieren en bedrijven.

De collectie Pot d’Or

Onze keramiekcollectie is onlangs uitgebreid met de prestigieuze collectie Pot d’Or. Deze collectie, in permanente bruikleen van het Noord-Limburgs Pottenbakkerscollectief, werd voorheen tentoongesteld in pottenbakkerij De Olde Kruyk in Milsbeek.

Het collectief organiseert jaarlijks het internationaal bekende evenement ‘Keramisto’. Tijdens dit evenement wordt een prijs toegekend aan de keramist met het meest innovatieve werk. Het winnende stuk wordt aangekocht en toegevoegd aan de collectie Pot d’Or. In de afgelopen 20 jaar is deze verzameling uitgegroeid tot een indrukwekkende collectie. Het Petershuis ontving 27 nieuwe werken, waarmee onze collectie aanzienlijk werd uitgebreid en een nog completer beeld biedt van de hedendaagse keramiekkunst.

De recente renovatie van het museum was voor het collectief het ideale moment om de collectie over te dragen. Het Noord-Limburgs Pottenbakkerscollectief verklaarde hierover: “Als collectief en als organisatie van het, na 35 jaar, nog steeds drukbezochte Keramisto, zijn we trots op dit regionale podium dat het werk van zoveel keramisten kan tonen. Een waardering van het heden, verankerd in de geschiedenis van de streek.”

Conclusie

De regio Gennep kent een indrukwekkende keramische geschiedenis. Van ambachtelijke pottenbakkerijen in de 16e eeuw tot de bloeiende bloempottenindustrie in de 20e eeuw en de productie van bouwmaterialen: keramiek heeft hier altijd een belangrijke rol gespeeld. Museum Het Petershuis zet zich in om deze rijke traditie voor toekomstige generaties zichtbaar te houden.